De gendurèn, het grote moment bij Sasi Sura

Bij het centrum van Pernatan Adat Djawa Rasol Suriname (PADRS) is de ingang versierd met jonge palmbladeren. “Voor de vreugde,” zegt Amin Kasanmohamat, de geestelijke leider van de eenenveertig jaar oude religieuze organisatie.

De gendurèn, het grote moment bij Sasi Sura

Bij het centrum van Pernatan Adat Djawa Rasol Suriname (PADRS) is de ingang versierd met jonge palmbladeren. “Voor de vreugde,” zegt Amin Kasanmohamat, de geestelijke leider van de eenenveertig jaar oude religieuze organisatie.

Uit De Ware Tijd van dinsdag 21 januari 2014 door Charles Chang.

Wanneer de zon ondergaat wordt het drukker. De eerste dag van de heilige maand Sura is dit jaar gesteld op 5 november. Op deze dag werd verschillende plaatsen het nieuwe jaar ingeluid door Javanisten. Wie dat nog niet heeft gedaan, krijgt nog een maandlang de tijd.

Zowel ouderen als jongeren stappen binnen, allen opvallend in het zwart. “Voor de Javaan staat zwart voor de oosterse filosofie, het is de oorspronkelijke kleur van onze leerstelling, verklaart de guru. “Onze doelstelling is behoud van de Javaanse cultuur, want het verwaterd. En daarom is deze organisatie opgericht.” “PADRS is een erkend rechtspersoon met haar eigen geestelijke gidsen, huwelijksambtenaren en begeleiders voor gezinsproblemen en overlijden.” Over de wejanang kawara jawa, de geheime orde, maakt Kasanmohamat er ook geen geheim van: “Dat hebben we ook - net als bij elk geloof.” 

Heilsmaaltijd

Net zo ‘vreemd’ als de dresscode is ook het gebedshuis van de PADRS. Van de buitenkant ziet het eruit als een moskee, maar het is een Javaanse sanggar. Volgens Kasanmohamat komt het model niet van de islam maar van de kapurwan, een uitvloeiing van het Javanisme. De dienst is hier op elke donderdag. Leden van de PADRS bidden tweemaal per dag: één om te smeken voor een goede dag en de tweede om daarvoor te bedanken. Zeven weken voor de jaarwisseling vasten ze telkens op de maandag en donderdag (senèn en kemis), van zonsopgang tot zonsondergang. In de laatste fase onthouden ze zich 24 uur lang van eten, slapen en praten. Wanneer het grote moment is aangebroken, zit Kasanmohamat samen met de kaums in kleermakerszit in een rij voor de genduren. De papaja op de grond, waarop alles in bakken schalen staat geserveerd, is tot de rand gevuld met de heilsmaaltijd. De guru start met een gebed en het branden van de menyan, daarna mag een assistent het overnemen. Zonder onderbreking begint die al de gerechten en de betekenis ervan op te sommen in het hoog Javaans. Het is Nieuwjaar, dus volgt er een pagara na het ceremoniële half uur. 

Inwijden

Dan komt de zaal tot leven. Opgerolde bladeren worden rond gedeeld, terwijl blote handen de gekookte kip uit elkaar haalt. Mannen delen uit, maar bij de vrouwen doen vrouwen het werk. Het duurt niet lang of de berg rijst op het blad wordt aangevuld met kip, groente, bami, patat en andere toespijzen. Vakkundig wordt dan de brekat opgevouwen en gaat het in een plastic zak. De traditie is om het thuis gezamenlijk te eten met het gezin. “Ik was moe, maar ik ben toch gekomen want het is Sasi Sura,” zegt Henny die ‘s middags terugkeerde uit Nickerie. Wanneer hij aanstalten maakt om weg te gaan, is de helft reeds naar huis. Wie niet weggaan, zijn vijf mannen in de sanggar. Zij hebben zich opgegeven om in de leer te gaan. Tegen middernacht worden ze ingewijd met verzen die ze uit het hoofd moeten leren. Dan zijn ze Javanist in de diepere zin. Een vierenvijftig jarige muslima die pas is overgestapt naar dit geloof, denkt er voorlopig niet aan. “Ik ben er nog niet ready voor.”    

Bron: dWT / Charles Chang Bron: dWT / Charles Chang