Joko Sarwono heeft vijf maanden voor nieuw wayang bloed

Met zijn rug naar het publiek bedient hij de wayangpoppen zoals een dhalang dat hoort te doen. Een gamelanorkest staat hem bij, de pesindhens of zangeressen op de ayak ayak melodie zorgen voor traditionele zang.

Joko Sarwono heeft vijf maanden voor nieuw wayang bloed

Met zijn rug naar het publiek bedient hij de wayangpoppen zoals een dhalang dat hoort te doen. Een gamelanorkest staat hem bij, de pesindhens of zangeressen op de ayak ayak melodie zorgen voor traditionele zang.

Uit De Ware Tijd van woensdag 5 februari 2014 door Charles Chang.

Wie geen weet van heeft, denkt dat het routinewerk is voor Joko Sarwono(47), de nieuwe dhalang uit Solo, Midden-Java. Maar niets is minder waar, de wayang kulit of het wayangpoppenspel in Suriname verschilt volgens Sarwono in alles met die van moederland Indonesië. 

“Dat er nog pesindhens zijn vind ik geweldig, maar de liederen die ze zingen ken ik niet! Ze zijn van heel vroeger,” zegt Sarwono. In Suriname zijn nog enkele pesindhens, echter zijn ze niet meer de jongste. Jongeren zijn de eigen taal niet machtig waardoor de aanwas uitblijft van nieuwe zangeressen. In Indonesië bestaan speciale opleidingen hiervoor en gaan meisjes vanaf hun zeventiende in de leer. “Bij de erkende instituten zoals ISI (redactie: Instituut Seni Indonesia) kunnen ze hiervoor een diploma halen, weet Sarwono die voor dhalang in de leer was bij zijn vader en later bij een instituut. Op zijn zevenentwintigste begon hij ermee waardoor de Indonesiër nu twintig jaar ervaring heeft als wayangpoppenspeler.

Halve orkest

Behalve de liederen verschilt ook de gamelan met wat hij gewend is. Het liefst heeft de dhalang de klanken van glimmende koperen potten in plaats van oudijzer. De benamingen van de muziekonderdelen zijn hem ook totaal onbekend. “Maar ik pas me aan, zegt de eenvoudige man - wetende dat hier een grote taak voor hem ligt om deze kunst in Suriname naar een andere hoogte te brengen. “Wat hier een gamelanorkest voorstelt, is slechts de helft van wat we in Indonesië kennen! Een compleet gamelanorkest heeft ook de twee-snarige rebab, drie soorten gitaren, elektrische orgel, trompet en drumstel.” Sarwono doet de trompet en drum even na: “Wanneer de wayang aankomt dan wordt het hiermee aangekondigd.” Hij wijst verder op iets dat niet kan bij een gamelanspeler. Die hoort in Indonesië in kleermakerszit plaats te nemen achter het instrument in plaats van op een bank of stoel. 

Niet gewend

In zijn woonplaats treedt Sarwono gemiddeld drie keer per week op. Wayang kulit is een populaire entertainment in Indonesië. Alleen in Solo zijn al tweehonderd dhalangs. “Daar zijn de voorstellingen dynamisch en veel mooier. Tijdens de gara-gara (lees: goro-goro), dat is de tweede episode waarin de dhalang meer vrijheden heeft, krijg ik briefjes van mensen die verzoeken of ze een lied mogen zingen, mop of verhaaltje vertellen, enz. Dit heb ik ook hier gedaan, ik vroeg dan wie een liedje wilde zingen, maar niemand kwam naar voren. Misschien omdat men dit niet gewend is bij een wayang. Bij ons zijn de poppen verfijnd en mooier van kleur. Er is sprake van concurrentie, waardoor de mensen eraan werken om de voorstelling mooi te maken, terwijl ik in Suriname een achteruitgang zie van de cultuur. Het materiaal is slecht en dateert van vijftig jaar terug. De wayang kulit is blijven steken, vandaar dat ik naar hier ben gehaald om vernieuwing te brengen. Want, er is wel een dhalang in Suriname en in feite zou die les kunnen geven.” 

Volhouden

Sarwono die een contract heeft van zes maanden, weet behalve wayanpoppen te bedienen, deze ook te maken. Hij heeft ook de kennis om de gamelan te bespelen en af te stemmen. In opdracht van Kebudayaan Jawa, de recent gelanceerde academie voor de Javaanse kunst en cultuur van Paul Somohardjo, zal de dhalang op de donderdag les geven in de gemeenschapszaal van Dessa te Lelydorp. Een probleem hierbij is de Javaanse taal, maar zijn eerste zes cursisten spreken gelukkig de eigen taal. “Wel niet zoals het hoort, maar ik houd daarmee rekening. Dit is het begin, de mensen zijn enthousiast. Ik hoop dat ze het volhouden, want dhalang worden is niet gemakkelijk,” aldus Sarwono die intussen reeds een maand verblijft in Suriname. Vijf maanden dhalangles is dan niet veel. De vraag die daarbij gesteld mag worden, is: ‘willen we wel de vernieuwing of liever onze unieke klassieke Surinaamse stijl van wayang behouden? DWT volgt de Indonesische dhalang en zijn activiteiten op de voet. 

Bron: dWT / Charles Chang Bron: dWT / Charles Chang